ECLI:NL:HR:2020:1770
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreffende een belastingzaak. Voor het instellen van het beroep moest griffierecht worden betaald. Belanghebbende deed een beroep op betalingsonmacht en diende een verklaring omtrent afwezigheid van vermogen in.
De griffier van de Hoge Raad heeft dit beroep op betalingsonmacht afgewezen omdat niet aan de criteria werd voldaan. Belanghebbende werd schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling en kreeg een termijn van vier weken om het griffierecht te voldoen. Ondanks meerdere aanmaningen is het griffierecht niet betaald.
De Hoge Raad heeft belanghebbende vervolgens in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald, maar de aangevoerde redenen boden geen grond om het verzuim op te heffen. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.