ECLI:NL:HR:2020:1772
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een belastingzaak. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Ondanks ontvangst van deze brief heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan.
Vervolgens heeft de griffier belanghebbende nogmaals bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om een toelichting te geven op het niet tijdig betalen van het griffierecht. Ook hierop heeft belanghebbende geen reactie gegeven. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht moet het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en is op 13 november 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.