ECLI:NL:HR:2020:1781
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Deze uitspraak betrof een hoger beroep over door belanghebbende betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest van het Hof kunnen leiden.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat de beoordeling geen vragen bevatte die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad, M.E. van Hilten, en de raadsheren E.N. Punt en P.M.F. van Loon, en is op 13 november 2020 in het openbaar uitgesproken. Hiermee is het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende is ongegrond verklaard.