ECLI:NL:HR:2020:1781

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 november 2020
Publicatiedatum
11 november 2020
Zaaknummer
19/02691
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen

Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Deze uitspraak betrof een hoger beroep over door belanghebbende betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest van het Hof kunnen leiden.

De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat de beoordeling geen vragen bevatte die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.

Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad, M.E. van Hilten, en de raadsheren E.N. Punt en P.M.F. van Loon, en is op 13 november 2020 in het openbaar uitgesproken. Hiermee is het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende is ongegrond verklaard.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/02691
Datum13 november 2020
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 3 mei 2019, nrs. BK-19/00032 tot en met BK-19/00034, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 18/2599 tot en met SGR 18/2601) betreffende door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2020.