AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake afwikkeling pensioenaanspraken na ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond de afwikkeling van pensioenaanspraken na ontbinding van een arbeidsovereenkomst centraal. De eiser stelde klachten in tegen het niet toestaan van een eiswijziging door het hof, onder meer omdat dit in strijd zou zijn met een eerdere eindbeslissing. Daarnaast waren er klachten over de gehanteerde rekenrente bij de berekening van de pensioenaanspraken.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de eiser beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere vonnissen en arresten in de zaak, waaronder uitspraken van de kantonrechter en het gerechtshof Arnhem(-Leeuwarden). Uiteindelijk werd het beroep verworpen en werd de eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Deze uitspraak bevestigt de rechtspraak omtrent de afwikkeling van pensioenaanspraken en de toepassing van procesrechtelijke regels omtrent eiswijziging en rekenrente in arbeidsrechtelijke geschillen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/03373
Datum13 november 2020
ARREST
In de zaak van
[eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
FREECROWN INVESTMENTS B.V., gevestigd te Beek, gemeente Montferland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Freecrown,
advocaat: J.A.M.A. Sluysmans.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak 331152 CV EXPL 08-785 van de kantonrechter te Oude IJsselstreek van 8 januari 2009, 27 augustus 2009 en 22 juni 2011;
de arresten in de zaak 200.098.405 van het gerechtshof Arnhem van 17 januari 2012, en van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 augustus 2017, 12 juni 2018 en 16 april 2019.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof 16 april 2019 beroep in cassatie ingesteld.
Freecrown heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Freecrown mede door N. van Triet.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Freecrown begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 13 november 2020.