ECLI:NL:HR:2020:1795
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting van personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag en het Gerechtshof Den Haag met betrekking tot door haar betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. Na behandeling van het cassatieberoep heeft de Hoge Raad de ingediende middelen beoordeeld maar geen aanleiding gevonden om het arrest van het hof te vernietigen.
De Hoge Raad heeft daarbij overwogen dat het niet noodzakelijk is om de gronden van het oordeel nader te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2020. Hiermee komt een einde aan de procedure over de belastingaanslagen van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.