Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
17 november 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen de verdachte wegens diefstal met braak heeft het hof een schadevergoeding van €4.000 toegewezen aan de benadeelde partij, terwijl de benadeelde partij in hoger beroep slechts de in eerste aanleg toegewezen €3.758 handhaafde. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte een hoger bedrag toekende dan waarvoor de vordering vatbaar was en vermindert het toegewezen bedrag en de schadevergoedingsmaatregel tot €3.758.
Daarnaast heeft het hof een schadevergoedingsmaatregel opgelegd met vervangende hechtenis bij niet-betaling. De Hoge Raad vernietigt ambtshalve dit deel van het arrest omdat de toepassing van vervangende hechtenis niet in overeenstemming is met de recente jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2020:914). De duur van de gijzeling wordt vastgesteld op 47 dagen conform artikel 6:4:20 Sv Pro.
Het beroep van de verdachte wordt voor het overige verworpen. Hiermee wordt bevestigd dat de benadeelde partij recht heeft op schadevergoeding, maar binnen de grenzen van haar vordering in hoger beroep. De uitspraak verduidelijkt de grenzen van schadevergoedingsmaatregelen en de toepassing van vervangende hechtenis in strafzaken.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de toegewezen schadevergoeding en schadevergoedingsmaatregel tot €3.758 en vernietigt ambtshalve de toepassing van vervangende hechtenis.