Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
4 februari 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van het openbaar ministerie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland waarin het beklag van de klager over de teruggave van negen inbeslaggenomen gegevensdragers gedeeltelijk werd toegewezen. De rechtbank had geoordeeld dat het belang van de klager bij teruggave, na een half jaar, zwaarder woog dan het belang van de strafvordering, maar gaf daarvoor onvoldoende motivering.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank niet de mogelijkheid heeft om een voorwaardelijke teruggave te gelasten en dat bij tegenstrijdige belangen de rechter het klaagschrift moet ongegrond verklaren of teruggave moet gelasten. De Hoge Raad vernietigt de bestreden beschikking voor zover deze betrekking heeft op de negen gegevensdragers en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling.
De overige onderdelen van het cassatiemiddel worden niet behandeld omdat de vernietiging en terugwijzing afdoende zijn. De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking over de teruggave van negen gegevensdragers en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling.