ECLI:NL:HR:2020:1881
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak rechtbank inzake naheffingsaanslag en boetebeschikking belasting personenauto’s
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een aan hem opgelegde naheffingsaanslag en boetebeschikking in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel omdat het niet nodig was om vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2020. Hiermee is het beroep in cassatie ongegrond verklaard en blijft de uitspraak van de rechtbank ongewijzigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank blijft gehandhaafd.