Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
1 december 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake een strafzaak tegen de verdachte. Het hof had de verdachte verplicht tot betaling van schadevergoedingen aan slachtoffers, met vervangende hechtenis als sanctie bij niet-betaling.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend voor het deel waarin vervangende hechtenis werd toegepast bij de schadevergoedingsmaatregelen, en tot verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het gehele arrest leiden, maar vernietigt ambtshalve het deel over vervangende hechtenis.
De Hoge Raad verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:HR:2020:914) en bepaalt dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren op 1 december 2020.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij schadevergoedingsmaatregelen en gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.