ECLI:NL:HR:2020:1929

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 december 2020
Publicatiedatum
1 december 2020
Zaaknummer
20/00745
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 lid 1 SrArt. 285b lid 1 SrArt. 261 lid 2 SrArt. 437 lid 2 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie in zaak oplegging TBS met dwangverpleging

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin aan verdachte TBS met dwangverpleging en een maatregel tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking was opgelegd wegens bedreiging, belaging en medeplegen van smaadschrift.

Het beroep in cassatie is door de verdachte ingesteld, maar er zijn geen cassatiemiddelen ingediend door een advocaat binnen de wettelijk voorgeschreven termijn. Hierdoor kon de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk behandelen.

Op grond van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend op 1 december 2020.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/00745
Datum1 december 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 februari 2020, nummer 21-005585-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 december 2020.