Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2020:1938

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 december 2020
Publicatiedatum
3 december 2020
Zaaknummer
19/05815
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 36f SrArt. 6:4:20 Wetboek van StrafvorderingArt. 289 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen in moordzaak

In deze zaak stond de verdachte terecht voor moord door het toedienen van een dodelijke hoeveelheid oxycodon aan zijn moeder. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd aan de slachtoffers, waarbij bij niet-betaling vervangende hechtenis werd toegepast.

De verdachte stelde in cassatie verschillende klachten in over het daderschap, opzet en voorbedachte raad, alsmede over de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregelen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het strafrechtelijke deel van het arrest niet tot vernietiging konden leiden en hoefde deze niet inhoudelijk te motiveren vanwege artikel 81 lid 1 RO Pro.

Wel werd het cassatiemiddel gericht tegen de vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregelen gegrond verklaard. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest voor zover vervangende hechtenis werd toegepast en bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur moet worden toegepast conform de jurisprudentie (HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914).

De Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige en bevestigde daarmee het overige oordeel van het hof. Dit arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 8 december 2020 uitgesproken.

Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij schadevergoedingsmaatregelen; in plaats daarvan kan gijzeling van gelijke duur worden toegepast.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/05815
Datum8 december 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 december 2019, nummer 23/001120-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregelen vervangende hechtenis is toegepast en dat de Hoge Raad bepaalt dat telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
Namens de verdachte heeft W.J. Morra, advocaat te Amsterdam, daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen.
3.2
Het hof heeft de verdachte de verplichtingen opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers de in het arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het arrest telkens genoemde aantal dagen hechtenis.
3.3
Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof vernietigen voor zover daarbij telkens vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers telkens vervangende hechtenis is toegepast;
- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 december 2020.