AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verwerping cassatieberoep over ontbinding arbeidsovereenkomst en transitievergoeding
In deze zaak heeft de werkneemster cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake de ontbinding van haar arbeidsovereenkomst met FBD B.V. en de toekenning van een transitievergoeding. De procedure betrof onder meer de vraag of de werkgever ernstig verwijtbaar had gehandeld, wat aanleiding zou kunnen geven tot een billijke vergoeding naast de transitievergoeding.
De Hoge Raad heeft de klachten van de werkneemster beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht opleverde, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de werkneemster veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Snijders, Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door Kroeze.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werkneemster wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/00526
Datum4 december 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[werkneemster], wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [werkneemster],
advocaat: E.J.H. Zandbergen,
tegen
FBD B.V., gevestigd te Almelo,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: FBD,
advocaat: J. de Jong van Lier.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak 7562194 van de kantonrechter te Zwolle van 28 mei 2019;
de beschikking in de zaak 200.264.982/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 november 2019.
[werkneemster] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
FBD heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [werkneemster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [werkneemster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FBD begroot op € 899,07 aan verschotten en € 1.800,- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 4 december 2020.