Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
8 december 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van opzettelijke bodemverontreiniging door het dumpen van drugsafval op een bospad nabij de Luikerweg te Valkenswaard.
De bewezenverklaring steunt op uitgebreid bewijsmateriaal, waaronder processen-verbaal van bevindingen, aanhoudingen, forensisch onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut en verklaringen van de verdachte en getuigen. Het hof stelde vast dat verdachte samen met een ander handelingen op de bodem verrichtte door vaten en jerrycans met afval van amfetamineproductie uit een vrachtauto te halen en op de onbeschermde bodem achter te laten. Dit leidde tot bodemverontreiniging.
De verdediging voerde onder meer aan dat niet onomstotelijk was vastgesteld dat het afval daadwerkelijk verontreinigend was en dat opzet ontbrak. Het hof verwierp deze verweren en motiveerde de bewezenverklaring voldoende. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was en de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd.
Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, wat leidde tot vernietiging van het arrest voor zover het de strafmaat betreft en vermindering van de gevangenisstraf tot acht maanden en twee weken, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot acht maanden en twee weken, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, wegens overschrijding van de redelijke termijn; de veroordeling blijft in stand.