Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
8 december 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin hij werd veroordeeld voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of bedreiging met zware mishandeling. Het hof legde een schadevergoedingsmaatregel op waarbij vervangende hechtenis werd toegepast bij niet-betaling.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het deel van het arrest dat vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel betrof, en stelde voor dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het overige deel van het arrest niet tot vernietiging leiden en dat het cassatiemiddel over de vervangende hechtenis slaagt.
De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest voor zover het vervangende hechtenis toepaste bij de schadevergoedingsmaatregel en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden opgelegd. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Hiermee wordt de rechtsontwikkeling omtrent de toepassing van sancties bij schadevergoedingsmaatregelen verduidelijkt.
Uitkomst: Vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel vernietigd; gijzeling van gelijke duur toegestaan.