ECLI:NL:HR:2020:197
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake teruggaaf omzetbelasting
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 september 2018, dat het hoger beroep behandelde tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Nederland over een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen.
Het arrest is gewezen door de raadsheren E.N. Punt (voorzitter), M.E. van Hilten en E.F. Faase en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.