ECLI:NL:HR:2020:1977
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake belastingrecht. Voor de behandeling van het cassatieberoep is griffierecht verschuldigd. Belanghebbende heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar heeft niet voldaan aan de verplichting om een verklaring omtrent afwezigheid van vermogen in te dienen.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk verzocht om deze verklaring in te dienen en het griffierecht te betalen, maar belanghebbende heeft hier geen gehoor aan gegeven. Hierdoor is het griffierecht niet voldaan binnen de gestelde termijnen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest is op 11 december 2020 in het openbaar uitgesproken door drie raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.