ECLI:NL:HR:2020:1979
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in hoger onderwijs geschil
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant waarin de rechtbank zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van het beroep. Het geschil betreft een beslissing ingevolge de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en stelt vast dat artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie bepaalt dat de Hoge Raad alleen kennisneemt van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. In dit geval ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de rechtbank in hoger onderwijs geschillen.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbrekende wettelijke grondslag.