Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beslissing
7 januari 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin een ISD-maatregel was opgelegd wegens het zijn van een zeer actieve veelpleger. De verdachte voerde aan dat bij de beoordeling van de eis dat ten minste één misdrijf in de laatste twaalf maanden moet zijn gepleegd, geen rekening mocht worden gehouden met gevoegde misdrijven. De Hoge Raad oordeelde dat deze opvatting onjuist is en dat de richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers het tellen van misdrijffeiten voorschrijft, niet het tellen van processen-verbaal.
Het hof had vastgesteld dat het meest recente misdrijf dateerde van 29 mei 2016 en dat meerdere misdrijven binnen de twaalf maanden daarvoor waren gepleegd, waaronder mishandeling en diefstallen. De richtlijn vereist dat over een periode van vijf jaren meer dan tien misdrijven zijn gepleegd, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden. Het hof concludeerde dat aan deze voorwaarden was voldaan, ook met inachtneming van de gevoegde misdrijven.
De Hoge Raad bevestigde dat de richtlijn geldt als recht in de zin van de Wet op de Rechterlijke Organisatie en dat de rechter gebonden is aan de daarin gestelde voorwaarden. De ISD-maatregel kan niet worden opgelegd indien de vordering in strijd is met de richtlijn. Het cassatieberoep werd verworpen omdat de eis van het niet meetellen van gevoegde misdrijven niet in de richtlijn is opgenomen en het hof de voorwaarden correct had toegepast.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de oplegging van de ISD-maatregel aan de verdachte als zeer actieve veelpleger.