Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het zesde cassatiemiddel
(...)
De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 33 maanden voor acht hierna samengevatte feiten.
Feit 1 betreft feitelijk leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd, inhoudend, kort gezegd, de onttrekking aan de boedel van een goed, althans een vermogensbestanddeel, tot een bedrag van (ongeveer) € 187.932 en de verdichting van een last van (ongeveer) € 422.750.
Feit 2 betreft medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, inhoudend, kort gezegd, de onttrekking aan de boedel van een vrachtwagen, merk DAF, een Toyota Landcruiser, drie aanhangwagens, een minikraan, compressoren en luchthamers.
Feit 3 betreft feitelijk leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd, inhoudend, kort gezegd, de onttrekking aan de boedel van diverse geldbedragen met een totaal van € 30.396, de bevoordeling van een ander met een bedrag van (ongeveer) € 10.115 en het niet overleggen van de administratie aan de curator.
Feit 4 betreft feitelijk leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd, inhoudend, kort gezegd, de onttrekking aan de boedel van geldbedragen met een totaal van € 42.160 en het niet overleggen van de administratie aan de curator.
Feit 5 betreft, kort gezegd, een valsheid in een authentieke akte met betrekking tot de koopsom van aandelen die € 20.000 zou hebben bedragen terwijl de koopsom in werkelijkheid (ongeveer) € 3.000 bedroeg.
Feit 6 betreft feitelijk leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk, inhoudend, kort gezegd, het niet overleggen van de administratie aan de curator.
Feit 7 betreft feitelijk leiding geven aan, kort gezegd, het gebruik van een valse factuur met een factuurbedrag van € 112.500.
Feit 8 betreft medeplegen van, kort gezegd, een valsheid in een authentieke akte met betrekking tot een hypotheek tot een bedrag van € 422.750 op appartementsrechten.
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
15 december 2020.