ECLI:NL:HR:2020:2023

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 december 2020
Publicatiedatum
14 december 2020
Zaaknummer
19/05204
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 162 SrArt. 143 SrArt. 284 SrArt. 51e.1 SvArt. 81.1 RO
Verwijzingen
11 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel Blokkeerfriezen Dokkum

In deze zaak stond de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte centraal in het kader van de landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum in 2017, waarbij sprake was van medeplegen van versperring van de snelweg, bedreiging met geweld en dwang.

De verdachte was door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld en opgelegd om schadevergoedingen aan de slachtoffers te betalen, met de mogelijkheid van vervangende hechtenis bij niet-betaling. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het deel van het arrest dat betrekking had op de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregelen.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het hof niet tot vernietiging van het arrest leiden, behalve ambtshalve voor het deel van de vervangende hechtenis. De Hoge Raad vernietigt dit deel en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast op grond van artikel 6:4:20 Sv Pro.

Het arrest bevestigt daarmee de rechtspraak over de toepassing van vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen en verduidelijkt de mogelijkheden van gijzeling als alternatieve sanctie.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt ambtshalve het deel van het arrest over vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen en bevestigt toepassing van gijzeling als alternatief.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/05204
Datum15 december 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 oktober 2019, nummer 21-006487-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers telkens vervangende hechtenis is toegepast, en te bepalen dat met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het – gelet ook op het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 20/00124, ECLI:NL:HR:2020:2020 – namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

3.1
Het hof heeft de verdachte de verplichting opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers de in het arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het arrest telkens genoemde aantal dagen hechtenis.
3.2
De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof ambtshalve vernietigen voor zover daarbij telkens vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers telkens vervangende hechtenis is toegepast;
- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 december 2020.