ECLI:NL:HR:2020:204
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak BPM
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake de door haar betaalde belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) over de tijdvakken oktober 2014 tot en met maart 2017. Na het hoger beroep van belanghebbende had het Hof het geschil behandeld en een uitspraak gedaan.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad heeft het middel dat belanghebbende had voorgesteld beoordeeld, maar oordeelde dat het middel niet tot vernietiging van het arrest kon leiden. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.