Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beslissing
15 december 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van de verdachte behandeld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag. De zaak betreft een bedreiging en de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel, verwijzend naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:HR:2020:914). Tevens wordt de duur van de opgelegde gevangenisstraf verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn, waarbij een deel van de straf voorwaardelijk wordt opgelegd met een proeftijd.
Daarnaast bepaalt de Hoge Raad dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro. Het beroep wordt voor het overige verworpen, waarmee de overige onderdelen van het hofarrest in stand blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor vervangende hechtenis, vermindert de gevangenisstraf tot vijf maanden en drie weken en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.