ECLI:NL:HR:2020:2056
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over belastingaangifte personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag die het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De zaak betrof een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto's en motorrijwielen.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de gestelde vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 18 december 2020 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende is ongegrond verklaard.