ECLI:NL:HR:2020:2059
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een door haar op aangifte voldaan bedrag aan belasting op personenauto's en motorrijwielen. Na behandeling van de middelen in cassatie heeft de Hoge Raad geoordeeld dat geen van de aangevoerde middelen tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden.
De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven, omdat de beoordeling van de middelen niet vereist dat wordt ingegaan op vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is op 18 december 2020 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad, waarbij de vice-president als voorzitter en twee raadsheren het arrest hebben gewezen. Hiermee komt een einde aan de procedure in cassatie over de belastingaanslag op personenauto's en motorrijwielen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag bevestigd.