ECLI:NL:HR:2020:2060
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Den Haag inzake belasting personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een door haar op aangifte voldaan bedrag aan belasting op personenauto's en motorrijwielen. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag, dat op 28 juni 2019 uitspraak deed.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad en diende diverse middelen in tegen het arrest van het Hof. De Staatssecretaris diende een verweerschrift in, waarna belanghebbende een conclusie van repliek indiende.
De Hoge Raad heeft de middelen inhoudelijk beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het Hof. Omdat de beoordeling geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, hoefde de Hoge Raad geen nadere motivering te geven.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Den Haag in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.