ECLI:NL:HR:2020:2073
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Amsterdam inzake erfbelasting en heffingsrente
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 november 2019, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een aanslag erfbelasting en de beschikking inzake heffingsrente had behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Omdat de beoordeling van deze middelen geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht opriep, was een nadere motivering niet vereist.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen. Het cassatieberoep is derhalve ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het hof in stand blijft.
Deze uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de aanslag erfbelasting en de heffingsrente zoals vastgesteld door de lagere rechterlijke instanties.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.