ECLI:NL:HR:2020:2074
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake erfbelasting en heffingsrente
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 29 november 2019, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland over een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de erfbelasting en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. Omdat de beoordeling van deze middelen niet vereist dat de Hoge Raad ingaat op vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering gegeven.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt daarmee het oordeel van het hof en de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.