De werknemer stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin het ontslag op staande voet als niet rechtsgeldig werd beoordeeld, maar de arbeidsovereenkomst werd ontbonden wegens verwijtbaar handelen van de werknemer.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken, waaronder zijn beschikking van 22 februari 2019, en beoordeelt de klachten van de werknemer over het hofvonnis. De klachten leiden niet tot vernietiging van de beschikking, waarbij de Hoge Raad geen nadere motivering geeft omdat beantwoording van de rechtsvragen niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de werknemer in de kosten van het geding in cassatie. De beschikking is gegeven door de vicepresident als voorzitter en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.