Uitspraak
gevestigd te Moskou, Russische Federatie,
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
10 januari 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze civiele zaak vordert Trest betaling van een bedrag wegens onrechtmatige daad, omdat [verweerder] namens een ontbonden commanditaire vennootschap handelde en daardoor een niet afdwingbare verbintenis aanging. De rechtbank wees de vordering toe, stellende dat [verweerder] bewust een onjuiste voorstelling van zaken creëerde.
Het hof Den Haag vernietigde dit vonnis en wees de vordering af, stellende dat Trest niet hoefde te begrijpen dat zij met een andere partij te maken had en dat het handelen van [verweerder] niet onzorgvuldig was, mede omdat de kennis van Vankorneft aan Trest moest worden toegerekend. Het hof oordeelde ook dat het handelen niet in strijd was met de Handelsnaamwet.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de feitelijke grondslag van het verweer van [verweerder] had aangevuld door te oordelen over een verweer dat niet was aangevoerd, wat in strijd is met art. 24 Rv Pro. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens werd [verweerder] veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof Den Haag en verwijst zaak naar hof Amsterdam voor verdere behandeling.