Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het achtste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
opgelegde gevangenisstraf;
11 februari 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een zedenzaak waarbij de verdachte werd veroordeeld voor ontuchtige handelingen met een minderjarige en feitelijke aanranding van de eerbaarheid.
De Hoge Raad beoordeelde meerdere cassatiemiddelen, waaronder het middel dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden door late toezending van stukken door het hof. Dit middel werd gegrond verklaard, wat leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf.
De overige klachten van de verdachte werden verworpen zonder nadere motivering, omdat zij niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Uiteindelijk werd het arrest van het hof vernietigd voor wat betreft de strafduur en verminderd tot zeven maanden en drie weken gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot zeven maanden en drie weken, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.