Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
18 februari 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak ging het om een verdachte die meerdere keren de Wet Luchtvaart had overtreden door met een vliegtuig te landen zonder geldig bewijs van luchtwaardigheid, bevoegdheid en verzekering. De verdachte was wegens een gevaarlijke longontsteking opgenomen in het ziekenhuis en kon niet aanwezig zijn bij de terechtzitting. Zijn raadsman verzocht voorafgaand en tijdens de terechtzitting om aanhouding van de behandeling, onderbouwd met een medische verklaring van de huisarts.
Het hof wees het verzoek af omdat uit de medische verklaring niet bleek dat de verdachte niet in staat was de zitting bij te wonen. De verdachte verscheen niet en verstek werd verleend. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest van het hof en terugwijzing van de zaak.
De Hoge Raad overwoog dat de rechter bij een aanhoudingsverzoek wegens ziekte moet toetsen of het verzoek voldoende door bewijsstukken is gestaafd en dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek werd afgewezen. De enkele omstandigheid dat de medische verklaring geen expliciete ongeschiktheid vermeldt, betekent niet dat de ziekte niet aannemelijk is. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling en afdoening.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van de afwijzing van het aanhoudingsverzoek wegens ziekte.