ECLI:NL:HR:2020:293
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2012
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 mei 2019, waarin een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2012 werd bevestigd. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en gelet op de inhoud van de klachten en het advies van de procureur-generaal geconcludeerd dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Daarom heeft de Hoge Raad op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te rekenen. Het arrest is uitgesproken door de Hoge Raad op 21 februari 2020.
Deze uitspraak betreft een bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke procedure waarin de Hoge Raad de mogelijkheid van een summiere afdoening van een kennelijk kansloos cassatieberoep toepast, waarmee de rechtsgang wordt bekort zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.