Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 december 2018. Dit arrest betrof het hoger beroep tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland over beschikkingen inzake heffingsrente en belastingrente voor de jaren 2009 tot en met 2013.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, aangezien beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bepaald in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.