ECLI:NL:HR:2020:336
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreffende een door haar op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto's en motorrijwielen. Na behandeling van het beroep in cassatie heeft de Hoge Raad de middelen van belanghebbende beoordeeld.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde middelen niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij achtte de Hoge Raad het niet noodzakelijk om de gronden van het oordeel nader te motiveren, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bepaald in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder zag de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.