ECLI:NL:HR:2020:341
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in zaak belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake door haar op aangifte betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld, maar deze boden geen grond voor vernietiging van het hofarrest. Omdat de beoordeling van de middelen geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was nadere motivering niet vereist.
De Hoge Raad heeft tevens overwogen dat er geen aanleiding bestaat om proceskosten aan de wederpartij toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2020. Hiermee is het beroep in cassatie ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het hof in stand blijft.
Deze zaak betreft een bestuursrechtelijk geschil over belastingheffing, waarbij de Hoge Raad de cassatiebeoordeling beperkt heeft gehouden gezien het ontbreken van relevante rechtsvragen voor het hogere rechtsniveau.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.