Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland waarin het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak werd behandeld. Het geschil betrof een verzoek om toekenning van een dwangsom wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar door de Staatssecretaris van Financiën.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank kunnen leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de beoordeling geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.