ECLI:NL:HR:2020:350
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk inzake verrekening griffierecht en proceskosten
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd behandeld. Het geschil betrof de verrekening van de aan belanghebbende toekomende vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en geconstateerd dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Op advies van de procureur-generaal is daarom besloten het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren, conform artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2020 door raadsheer J. Wortel als voorzitter en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan slaagkans.