Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
10 maart 2020.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal de vraag of niet-beslagen slachtoffers van een beleggingscarrousel als belanghebbenden konden worden aangemerkt in de zin van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, met betrekking tot het beslag op bitcoins en andere cryptocurrency.
De rechtbank Amsterdam had geoordeeld dat deze niet-beslagen slachtoffers geen belanghebbenden waren, hetgeen door de klagers werd bestreden in cassatie. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, en het beroep is verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank Amsterdam blijft in stand.