Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
10 maart 2020.
Hoge Raad
Op 16 oktober 2013 voer de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en nalatig met een binnenvaartschip op de Nieuwe Maas, waardoor een motorjacht zonk en twee personen verdronken. De verdachte werd hiervoor door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens het aan zijn schuld te wijten zijn dat een vaartuig zinkt met levensgevaar en dodelijke gevolgen, alsmede overtredingen van het Binnenvaartpolitiereglement.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en de procureur-generaal de gelegenheid gegeven een advies uit te brengen. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Het arrest van 10 maart 2020 werd gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Buruma en Claassens. Hiermee is het beroep van de verdachte definitief afgewezen en blijft de veroordeling van het gerechtshof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de veroordeling van het hof in stand blijft.