Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
7 januari 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 januari 2019, waarin hij werd veroordeeld voor de moord op zijn ex-vriendin na afloop van haar dienst in het Tweesteden ziekenhuis te Waalwijk op 10 augustus 2015.
De middelen van cassatie richtten zich onder meer tegen de vaststelling van voorbedachte raad, de betrouwbaarheid en bruikbaarheid van een getuigenverklaring, en de beslissing van het hof om de ex-partner van het slachtoffer, tevens vader van haar zoon, ex art. 51b.1 Sv toegang te geven tot de processtukken ter onderbouwing van een mogelijke civiele vordering.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Hiermee werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor moord.