ECLI:NL:HR:2020:409
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over een door haar betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. De zaak betrof een geschil over de belastingaangifte en de daarop voldane bedragen.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen door belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de gronden van het oordeel nader te motiveren, omdat de zaak niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof wordt bevestigd.