ECLI:NL:HR:2020:423
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch inzake een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door het College van Burgemeester en Wethouders van Eindhoven.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen een termijn van vier weken. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres, maar het griffierecht is niet voldaan.
Na een verzoek om nadere toelichting op het niet tijdig betalen van het griffierecht heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de aangevoerde redenen geen grond vormen om het verzuim te rechtvaardigen. Daarom is het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb Pro niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.