ECLI:NL:HR:2020:424
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen uitspraak bestuursrechter belastinggeschil
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam in een geschil met de Staatssecretaris van Financiën. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Volgens artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter indien dit bij wet is bepaald.
In deze zaak is geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen de bestreden uitspraak van de Rechtbank. Dit geldt ook indien de uitspraak ten onrechte een rechtsmiddelverwijzing bevat. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2020. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen wegens ontvankelijkheidsgebrek.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.