Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
(...) afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of voorwerpen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.”
1. ‘afvalstoffen’: afvalstoffen als omschreven in artikel 1, lid 1, onder a), van Richtlijn 2006/12/EG (...).”
15. ‘nuttige toepassing’: elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt. Bijlage II bevat een niet-limitatieve lijst van nuttige toepassingen;
Uit een analyse van de stookolie bleek dat het sedimentgehalte van de stookolie negen keer hoger was dan de in ‘ISO-norm 8217:2010’ vastgestelde norm. Ook bleek dat de stookolie in de toestand waarin deze zich bevond niet kon dienen als scheepsbrandstof terwijl deze met die bestemming op de markt was gebracht. [C] heeft naar aanleiding van de resultaten van de analyse van een monster van de stookolie geen nader onderzoek ingesteld naar de oorzaken voor het te hoge sedimentgehalte. Evenmin heeft [C] opdracht gegeven om de stookolie zo te bewerken dat de partij alsnog aan de specificaties zou voldoen.
Mede op grond van deze vaststellingen heeft het hof geoordeeld dat [C] zich heeft ontdaan van de partij niet-bruikbare stookolie en dat die partij als een afvalstof moet worden aangemerkt. Dat oordeel - waarin besloten ligt dat niet is komen vast te staan dat [C] de stookolie ‘onder gunstige omstandigheden’ wilde verhandelen zoals bedoeld in de onder 2.5.3 en 2.5.4 aangehaalde jurisprudentie, zodat [C] ‘daadwerkelijk voornemens’ was zich ervan te ontdoen – geeft, gelet op hetgeen onder 2.6 is vooropgesteld, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.
3.Beoordeling van het tweede en het derde cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
7 april 2020.