Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 maart 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een strafzaak over brandstichting in een door verdachte gehuurd appartement. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk.
In cassatie klaagde de verdachte over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht gegrond was, wat leidde tot vermindering van de opgelegde straf.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en stelde de gevangenisstraf vast op zeventien maanden en een week, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De overige klachten van de verdachte werden verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot zeventien maanden en een week, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.