Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
24 maart 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het aanwezig hebben en bewerken van hennepplanten en het voorhanden hebben van CS-gas.
In het hoger beroep had de niet-gemachtigde raadsvrouw een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak ingediend, omdat zij niet wist waarom de verdachte niet was verschenen en zij geen contact meer met hem had. Het hof wees dit verzoek af zonder een kenbare belangenafweging te maken tussen de betrokken belangen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof had moeten nagaan of de verdachte op andere wijze op de hoogte was gebracht van de zittingsdatum en vervolgens een belangenafweging had moeten maken. Het ontbreken hiervan leidt tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor hernieuwde behandeling.
De advocaat-generaal had reeds geconcludeerd tot vernietiging en terugwijzing. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 24 maart 2020 uitgesproken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling vanwege het ontbreken van een kenbare belangenafweging bij het afwijzen van het aanhoudingsverzoek.