ECLI:NL:HR:2020:505

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 maart 2020
Publicatiedatum
23 maart 2020
Zaaknummer
19/01541
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.B OpiumwetArt. 3.C OpiumwetArt. 26.1 WWM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken belangenafweging bij aanhoudingsverzoek in hoger beroep

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het aanwezig hebben en bewerken van hennepplanten en het voorhanden hebben van CS-gas.

In het hoger beroep had de niet-gemachtigde raadsvrouw een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak ingediend, omdat zij niet wist waarom de verdachte niet was verschenen en zij geen contact meer met hem had. Het hof wees dit verzoek af zonder een kenbare belangenafweging te maken tussen de betrokken belangen.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof had moeten nagaan of de verdachte op andere wijze op de hoogte was gebracht van de zittingsdatum en vervolgens een belangenafweging had moeten maken. Het ontbreken hiervan leidt tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor hernieuwde behandeling.

De advocaat-generaal had reeds geconcludeerd tot vernietiging en terugwijzing. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 24 maart 2020 uitgesproken.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling vanwege het ontbreken van een kenbare belangenafweging bij het afwijzen van het aanhoudingsverzoek.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/01541
Datum24 maart 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 september 2017, nummer 20/001582-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Palanciyan, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de afwijzing door het hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 9, 12 en 13.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 maart 2020.