ECLI:NL:HR:2020:52
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak
De zaak betreft een beroep in cassatie van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland en een eerdere uitspraak van de Rechtbank op verzet. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en concludeert dat de aangevoerde klachten geen behandeling rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Na overleg met de Procureur-Generaal besluit de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren conform artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens ziet de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen aan een van de partijen.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2020. Hiermee wordt het cassatieberoep definitief afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de klachten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of kans op succes.