Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
31 maart 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 december 2018, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot moord door op klaarlichte dag in een woonwijk te Diemen met aanvalsgeweren 34 kogels op het slachtoffer af te vuren, en voor opzetheling van personenauto’s.
De verdediging stelde meerdere cassatiemiddelen aan de orde, waaronder bezwaren tegen het bewezenverklaarde medeplegen en het oordeel van het hof dat verdachte wist dat de personenauto’s van misdrijf afkomstig waren ten tijde van het voorhanden krijgen daarvan.
De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 31 maart 2020. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest dat verdachte veroordeelde voor medeplegen poging tot moord en opzetheling blijft in stand.