Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
31 maart 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van poging tot moord door op klaarlichte dag in een woonwijk te Diemen met aanvalsgeweren 34 kogels op het slachtoffer af te vuren. Tevens werd hem het voorhanden hebben van wapens en munitie ten laste gelegd. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte eerder veroordeeld.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, onder meer met klachten over de afwijzing van verzoeken tot het horen van getuigen en de vraag of een uitzondering in de Wet wapens en munitie als bestanddeel van de delictsomschrijving moet worden beschouwd. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, motiveerde de Hoge Raad zijn oordeel niet uitvoerig.
Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam wordt bevestigd.