Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
De vennootschap mag volgens de Vergunning bij weddenschappen de inzetten ten behoeve van het voor prijzen bestemde bedrag samenvoegen tot een ‘local pool’, gevormd door inzetten gedaan bij de vennootschap, of tot een ‘common pool’, gevormd door de inzetten die zijn gedaan bij haar en bij andere (buitenlandse) aanbieders van weddenschappen (zie artikel B.3 van de Vergunning). In artikel 28 van Pro het “totalisatorreglement 2013” van de vennootschap is voorzien in de mogelijkheid op wedstrijden te wedden “via common pool op de door [de vennootschap] aangewezen koersen”. Bijlage I van dit reglement bevat een lijst van namen van de desbetreffende buitenlandse totalisatororganisaties en de door hen gehanteerde inhoudingspercentages op bij hen via common pool gedane inzetten.
Als een speler bij de vennootschap inzet op de uitslag van zo’n buitenlandse paardenkoers, brengt de vennootschap die weddenschap onder bij de desbetreffende buitenlandse totalisatoraanbieder. Dit doet zij onder inhouding van een percentage van die inzet van de speler (hierna: het uitnamebedrag) als haar vergoeding. Heeft de speler op het verkeerde paard gewed, dan vinden verder geen handelingen plaats tussen die buitenlandse totalisatoraanbieder, de vennootschap en de desbetreffende speler. Heeft de speler op een winnend paard gewed, dan keert de buitenlandse totalisatoraanbieder het gewonnen prijzengeld uit aan de vennootschap, die op haar beurt datzelfde bedrag aan de desbetreffende speler betaalt.